Mijn reflectie is mijn vijand
Ken je het volgende gevoel:
“Ik heb zoveel potentieel in mij, talenten, vaardigheden en kennis, maar niemand ziet het omdat ik het lef niet heb om ermee naar buiten te komen?”
Van kleins af aan zat er een rem op alles wat mijn lichaam verbaal en non-verbaal wilde laten zien. Een constante angst dat ik niet genoeg was en dat iedereen altijd wel iets beter had dan ik. Alleen zag ik niet in dat iedereen wel íets beter heeft en bundelde ik al die capaciteiten samen in één persoon. Daardoor had ik, ongeacht wie er voor mij stond, altijd het gevoel minderwaardig te zijn.
Ik weet zeker dat anderen (die mij enkel van vroeger en op afstand kennen) hier met verbazing naar zouden kijken, omdat ik nooit zo overkwam.
Bon, ik heb altijd het gevoel gehad dat ik mijn plekje moest verdienen. In elke vriendschap die ik tegenkwam, stelde ik me meestal redelijk onderdanig en ‘meeloperig’ op, uit angst om afgestoten of niet leuk gevonden te worden.
Dit ging over materiële dingen: wat anderen hadden leek altijd leuker dan wat ik had. Maar ook in gedrag: “Die is leuker, die kan zoveel laten zien… Waarom vindt iedereen haar zo geweldig, wat heeft zij dat ik niet heb?” Ik kon er altijd wel een antwoord op vinden.
FOMO, die FOMO. Bij mij raakte dat principe enorm intens. Wanneer ik ergens niet bij kon zijn, voelde ik me alleen en uitgesloten. Een simpele gebeurtenis kon veel indruk achterlaten.
Ik herinner me nog dat al mijn vriendinnen vroeger mee mochten op CM-kamp, behalve ik, omdat mijn ouders bij De Voorzorg zaten (nu Solidaris). Zonder voordeelkorting was zo’n reis gewoon te duur. Deze gebeurtenis liet een klein trauma bij me achter. Ik nam niet deel en omdat ik zo gevoelig was voor buitensluiting, voelde ik me automatisch uitgesloten. Elk verhaal dat ik achteraf van mijn vriendinnen hoorde, was hartverscheurend. Ik wilde daar zo graag bij zijn, maar voelde me weer niet cool genoeg omdat ik er niet bij was. Een ‘simpel’ fragment uit mijn leven dat sporen heeft nagelaten. Alleen niemand kon het zien. En zoals dit voorbeeld, heb ik er nog talloze.
Het middelbaar was voor mij een plek waar ik niet graag vertoefde. Altijd concurrentiestrijd, maar de grootste strijd voerde ik met mezelf.
Zo stapte ik ooit, met een zelfzekere houding, naar een kunstopleiding in het derde middelbaar. Ik had de innerlijke drang om te laten zien wat ik kon. De opleiding die ik koos, heette woordkunst en drama.
Alleen verdween die houding zodra ik zag wie er in mijn klas zat. Stuk voor stuk hadden ze iets waarin zij meer talent leken te hebben dan ik. Pas later besefte ik dat hun grootste talent vooral zelfvertrouwen was.
Ik behaalde de hoogste cijfers voor alles wat met zang te maken had, maar ik zag het zelf niet. De perfectionist in mij vond dat ik totaal niet goed genoeg was. Ik durfde niet genoeg, er zat opnieuw een blokkade op mijn performance.
Eén jaar hield ik het vol. Mijn onzekerheid nekte mij en zorgde ervoor dat ik tegen mezelf begon te protesteren. Ik haalde elf onvoldoendes en moest blijven zitten. De verstandigste keuze was terug te keren naar mijn oude school.
Daar voelde ik me verslagen. Wat nu? De richting die ik opnieuw deed, was totaal niet wat ik wilde. Bovendien zat ik niet meer in hetzelfde jaar als mijn vriendinnen. Ik voelde me opnieuw gefaald en uitgesloten. Onbewust versterkten mijn vrienden dit gevoel: niet omdat zij dat vonden, maar omdat de situatie nu eenmaal zo was. Ik liep een jaar achter. En in mijn nieuwe klas, waar de meesten al twee jaar lief en leed deelden, voelde ik me weer een buitenstaander.
Toen mijn vriendinnen in het zesde zaten en ik in het vijfde, kwam de Romereis op de proppen. Je raadt het al: ik mocht niet mee. Zelfs al mocht het wel van school (ondanks dat ik een richting lager zat), mijn ouders lieten het niet toe. Net als bij het CM-kamp bleef er weer een groot FOMO-trauma achter.
En zo ging het jaren door. Ik voelde me nergens thuis. Niet in het middelbaar en ook niet in de hogeschool.
Ik startte met een opleiding lager onderwijs, met het motto: “Niemand kent mij, dus ik begin vanaf nu opnieuw.”
Maar opnieuw liep ik tegen dezelfde lamp. Mijn klasgenoten leken (in mijn hoofd toen) veel slimmer en geïnteresseerder. En dan was er nog iets: ze zaten op kot en ik niet. Ik weet nog hoe hard ik mijn ouders smeekte, want ik wilde eindelijk eens meedoen, zonder me uitgesloten te voelen.
Maar dat lukte niet. Met alle gevolgen van dien. Mijn onzekerheid nekte me opnieuw. Tijdens de lessen, tijdens het contact met vrienden, tijdens mijn stages. Ik voelde me weer heel klein.
Elke keer dat ik moest presteren, iets zeggen in de klas, iets vertellen tegen vrienden of voor een klas staan: leek het alsof ik energetisch een rugzak van 30 kilo droeg (en ja, ik weet dat dit veel is, ik werk tenslotte bij A.S Adventure 😛). Alsof iemand mijn hoofd omlaag duwde, waardoor ik niet omhoog durfde te kijken, laat staan in iemands ogen. Hun zelfverzekerde blik zou me nog dieper naar beneden halen.
Opnieuw een ervaring voor mijn faallijstje. Het jaar daarna startte ik met een vriendin een nieuw hoofdstuk: kleuteronderwijs.
Samen onderweg zijn naar school gaf me in die tijd meer zelfvertrouwen, maar zodra we samen een stage moesten lopen, voelde ik me opnieuw klein. Zij was van nature geweldig met kinderen, en ik… niet. Opnieuw voelde ik me falen.
Mijn perfectionisme en onzekerheid bleven mijn groei tegenwerken. Ik begon te slabakken: lessen overslaan, laatste uren skippen en zelfs mijn vriendin daarin meesleuren. Tegen het einde van het schooljaar had ik goede theorieresultaten, maar omdat mijn praktijk niet sterk was, voelde ik me opnieuw niet op mijn plek.
En toen, vlak voor mijn laatste herexamens werd ik gedumpt door mijn vriend (na drie jaar relatie) en besloten mijn ouders plotseling in een vechtscheiding uit elkaar te gaan.
Topjaar. Het zorgde voor een enorme deuk in mijn zelfvertrouwen, dat sowieso al laag stond. Mijn geest en lijf stonden in overdrive. Ik herinner me dat ik in die periode ‘per ongeluk’ zonder gsm naar bed ging en twintig uur aan één stuk sliep. Ondertussen lagen mijn ouders overhoop, mijn papa in het ziekenhuis en mijn mama al verhuisd. Ik was kapot en mijn gsm ook, van de gemiste oproepen en bezorgde berichten. (Hierover kan ik nog een aparte blog schrijven. 😋)
Zo beleefde ik mijn schooljaren: veel concurrentie, weinig zelfvertrouwen. Relationeel ging het beter want ik leerde mijn huidige partner kennen, ondertussen al twaalf jaar geleden, maar op vlak van status en zelfvertrouwen voelde ik vooral zwakte. Door het familiale gedoe stopte ik mijn studies en schreef ik me in als werkzoekende.
Ik had het gevoel dat ik nergens zomaar mocht beginnen. Toch voelde ik: ik kan meer, ik wil meer, ik wil mezelf laten zien. Dus deed ik mee aan het ingangsexamen van de politie. Ik slaagde in al mijn testen, vooral psychologisch. De eerste keer dat ik een serieus compliment kreeg, in een context waar ik me erg onzeker voelde. Maar tijdens het gesprek met de eindcommissie werd ik helemaal naar beneden gehaald. Ze wilden weten waarom ik zoveel verschillende studies had gedaan. Uiteindelijk vonden ze me te jong, te onervaren en te besluiteloos. Daar ging het weer: mijn roeping glipte me uit de vingers.
Ik bleef solliciteren, maar telkens kreeg ik dezelfde boodschap: “Geen of te weinig ervaring.”
Na een half jaar kreeg ik een brief van de RVA: ik moest uitleggen waarom ik nog geen job had. Ik werd woest! Ik deed er alles aan, terwijl ik wist dat sommigen het systeem jarenlang uitbuiten. En ík moest me gaan verdedigen?
Ik nam alles mee in een kaft en voelde me voor de eerste keer in mijn leven écht zelfzeker om mijn gedacht te zeggen. Maar toen ik daar zat, keek die vrouw naar mij en zei: “Het is maar een standaardprocedure hoor. Door je kaft zie ik al genoeg. Voor mij is het helemaal in orde.”
Voor die ene keer dat ik eindelijk iets durfde te zeggen… mocht het niet. Het universum snoerde me de mond: op een positieve manier, maar toch.
Twee maanden later mocht ik op gesprek voor een job als winkelmedewerker in een nieuw filiaal in Lommel. Heel eerlijk: ik wist niet dat het over A.S Adventure ging. Ik had nul affiniteit met de winkel en was er nog nooit geweest. Maar ik dacht: we proberen, een nieuw filiaal, nieuwe groep, eindelijk een kans.
Ik mocht op gesprek bij drie personen: twee van HR en de districtmanager, Christel. HR wees me af: opnieuw omdat ik onzeker overkwam, maar Christel zag iets. Zij zag eindelijk dat onderliggende potentieel dat ik zelf al voelde, maar nooit kon tonen. Zij gaf me een kans.
Ik vergeet nooit wat ze tegen me zei: “Gij, Thalia, gij gaat nog veel voor mensen kunnen betekenen. In welke vorm dan ook. Jij hebt zo’n goedheid en zo’n kracht. Daar komt ooit nog meer van.”
Die woorden raakten me diep. Voor de eerste keer kreeg ik bevestiging, iets waar ik al mijn hele leven naar hunkerde. Ik kwam terecht in een groep waar ik me thuis voelde. Ondertussen werk ik er bijna elf jaar.
Zie je het verband? Ik kan deze job nog steeds niet loslaten, omdat ik daar voor de eerste keer écht geaccepteerd werd en me veilig en zelfzeker mocht voelen.
Door mijn eigen blauwdruk te analyseren, kan ik al deze gebeurtenissen plaatsen.
• Mijn Mars staat in het 12de huis: de planeet van actie en zelfvertrouwen, maar bij mij verborgen in het onderbewuste. Daardoor voel ik de drang om groots te zijn, maar kom ik moeilijk in actie.
• Mijn Saturnus staat in het 3de huis: communicatie. Saturnus zet daar letterlijk de rem op, waardoor ik moeite had om mezelf verbaal en non-verbaal uit te drukken.
• Mijn Chiron staat in Maagd in het 9de huis: Chiron wijst op je grootste kwetsuur én kracht. Maagd staat voor perfectionisme, het 9de huis voor groei, leren en je waarheid zoeken. Mijn pijnpunt én uitdaging ligt dus in leren groeien zonder mezelf kapot te perfectioneren.
Waarom zien mensen dit niet aan mij? Omdat ik een Schorpioen-ascendant heb. Ik kom intens, mysterieus en zelfzeker over. Niemand vermoedt dat ik me zo kwetsbaar voel. En mijn Zon in Weegschaal in het 11de huis maakt dat ik balans breng in groepen en verbindingen. Niemand verwacht dat ik me zó onzeker voel.
Zie je? Alles is astrologisch te verklaren. En dit is nog maar één laagje van de ui.
Veel liefs,
Thalia van Sterrentijd

